Club van Kleine Griffons en Brabandertjes

BRUSSELS GRIFFONNETJE F.C.I. STANDAARD N° 80
BELGISCH GRIFFONNETJE F.C.I. STANDAARD N° 81
KLEIN BRABANDERTJE F.C.I. STANDAARD N° 82

Duitse vertaling: Frau Elke Peper. Engelse vertaling: Mrs.Pamela Jeans-Bown, nagezien door Dhr.R.Triquet.
Nederlandse vertaling: Mevr. Liliane De Ridder-Onghena.

Land van oorsprong: België.

Datum van publicatie en in werking treden standaard 25.03.2003.

AANWENDING: Waak- en gezelschapshondje

CLASSIFICATIE: F.C.I. groep 9: Gezelschapshonden. Sectie 3: Kleine Belgische hondenrassen. Zonder werkproef.

KORT HISTORISCH OVERZICHT:
Deze drie rassen (Brussels Griffonnetje, Belgisch Griffonnetje en Klein Brabandertje) zijn ontstaan uit een klein ruwharig hondje “Smousje” genaamd; dat reeds eeuwenlang in de Brusselse omstreken voorkwam.
In de 19e eeuw werd er ingekruist met de King Charles Spaniel en de Mopshond hetgeen hem zijn zwarte en korte beharing gaf en het huidig rastype werd gefixeerd. Deze kleine hondjes waren zeer waakzaam en werden gefokt om de koetsen te bewaken en de stallen vrij te houden van knaagdieren. In 1883 werden de eerste Brusselse Griffonnetjes ingeschreven in het LOSH (Livre des Origines St.Hubert). Het betrof hier Topsy (LOSH N° 163) en Foxine (LOSH N° 164). Rond 1900 was het ras zeer populair, ondermeer dankzij de koninklijke belangstelling van Marie-Henriette, Koningin van België. Talrijke hondjes werden naar het buitenland geëxporteerd en hebben bijgedragen aan de verspreiding en de populariteit van het ras.
ALGEMEEN BEELD: Klein gezelschapshondje; intelligent; evenwichtig; alert; fier; robuust; nagenoeg vierkant; met goed bot; maar tevens elegant in zijn beweging en bouw. Hij trekt de aandacht door zijn bijna menselijke expressie. De twee Griffonnetjes zijn ruwharig en onderscheiden zich door hun kleur; terwijl het Klein Brabandertje een korte vacht heeft.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN: De lichaamslengte; gemeten van de boegpunt tot de zitbeen punt moet zoveel mogelijk gelijk zijn aan de schofthoogte.

GEDRAG / KARAKTER: Een klein; evenwichtig hondje; alert; fier; zeer gehecht aan zijn meester; zeer waakzaam. Niet angstig (schuw) noch agressief.

HOOFD: Dit is het lichaamsdeel dat het meest karakteristiek is en dat bij het ras het meeste in het oog springt. Het hoofd is vrij groot in verhouding tot het lichaam en heeft een bijna menselijke uitdrukking. Bij de Griffonnetjes is het haar hard; rechtopstaand en warrelig; het is langer boven de ogen; op de neusrug; de wangen en de kin en vormt het hoofdgarnituur.

SCHEDELGEDEELTE: Breed en rond. Het voorhoofd is goed gewelfd.
Stop: Zeer sterk benadrukt.

You are viewing the text version of this site.

To view the full version please install the Adobe Flash Player and ensure your web browser has JavaScript enabled.

Need help? check the requirements page.


Get Flash Player